U staat hier bij het graf van Evert Veldhuis, geboren en getogen in Apeldoorn. Hij was schoenmaker van beroep, iemand die dag in dag uit werkte met zijn handen, midden in de gemeenschap. Een vakman, een buurman, een gewone burger – die slachtoffer werd van de onvoorspelbare wreedheid van oorlog.
Op 2 december 1944 voerde de bezetter een grote razzia uit in Apeldoorn. Mannen werden massaal van straat geplukt en samengedreven op het Marktplein. Ook scholen werden gebruikt als tijdelijke verzamelplaatsen. Diezelfde avond nog werden velen van hen op transport gezet, per trein, richting Duitsland.
Evert was één van hen. Hij werd op transport gezet zonder aanklacht, zonder proces, zonder rechtvaardiging – zoals zovelen in die dagen. De trein die hem vervoerde kwam echter nooit veilig aan. Bij het Duitse plaatsje Werth, in de buurt van Bocholt, werd het konvooi onder vuur genomen. Evert Veldhuis overleefde het niet. De precieze omstandigheden van zijn dood zijn onbekend, maar duidelijk is dat hij stierf tijdens een aanval op de trein.
Hij was geen strijder, geen verzetsheld, geen soldaat – en toch werd hij een oorlogsslachtoffer. Een man die van huis werd weggehaald en nooit meer terugkwam. Zijn dood laat zien hoe willekeurig de dood kon toeslaan, zelfs bij degenen die slechts probeerden te overleven.
Als u uw weg vervolgt, staat u straks stil bij het graf van Willem Karreman – een slachtoffer van een gerichte wraakactie van de Sicherheitsdienst, midden op het terrein van Groot Schuylenburg.

