In de rustige Kerklaan in Apeldoorn runde de familie De Jong jarenlang een vertrouwde kapperszaak, op nummer 1. Johannes Frederik Gerard de Jong, zoon van de eigenaar, nam het ambacht over van zijn vader. Hij kende zijn klanten persoonlijk en was een bekende verschijning in de buurt. Maar in oorlogstijd werd het knippen van haar bijzaak – Johannes koos voor iets veel groters: het verzet.
Johannes zette zich in tegen de Duitse overheersing, net als zoveel Apeldoorners die weigerden te buigen. Zijn precieze verzetsactiviteiten blijven deels in de schaduw van de geschiedenis, maar zijn arrestatie in november 1944 vertelt genoeg. In die periode hield de bezetter steeds grootschaliger razzia’s, op zoek naar mannen die hen weigerden te dienen of tegenwerkten. Johannes werd opgepakt en opgesloten in de Willem III-kazerne in Apeldoorn, een plek die voor velen het begin betekende van een uitzichtloze weg.
Kort daarna werd hij overgebracht naar Kamp Amersfoort, een berucht doorgangskamp waar duizenden gevangenen, ondervoed en mishandeld, wachtten op hun lot. Daar, op 12 januari 1945, overleed Johannes. De exacte oorzaak van zijn dood is onbekend. Misschien was het ziekte, misschien uitputting, misschien geweld – maar de essentie blijft: een Apeldoornse kapper met een groot rechtvaardigheidsgevoel stierf omdat hij niet zweeg.
Johannes was getrouwd met Pieternella Clazina Engelina Bak. Zij bleef achter met het verlies van haar man – en met een herinnering die tot op de dag van vandaag voortleeft op deze plek, op deze steen.
U vervolgt uw route straks naar het graf van winkelier en verzetsman Westhoff – opnieuw een ander leven, een andere vorm van verzet, maar met dezelfde fatale afloop.

