U staat hier bij het graf van Marinus van Elst, geboren op 29 september 1920 in Apeldoorn. Slechts 23 jaar oud werd hij. Hij overleed op 29 oktober 1943 door een treinongeval in het Duitse Krefeld-Uerdingen, een industriestad die in oorlogstijd draaide op arbeidskrachten – velen daarvan uit Nederland.
Het verhaal van Marinus is er één dat verwijst naar de Arbeidsinzet, de gedwongen tewerkstelling die tijdens de bezetting duizenden Nederlandse mannen naar Duitsland voerde. Mannen die niet in dienst wilden van de bezetter, of simpelweg geen keus hadden, werden opgeroepen om in fabrieken of aan spoorlijnen te werken.
In de archieven is terug te vinden dat Marinus zich tijdens de oorlog in Duitsland bevond. Of hij vrijwillig vertrok in de beginfase van de bezetting – toen men nog dacht dat het tijdelijk werk was – of dat hij later onder dwang werd gestuurd, blijft onbekend. Wat we wél weten, is dat hij in Krefeld-Uerdingen overleed. Mogelijk was hij werkzaam in een fabriek of betrokken bij herstelwerkzaamheden aan oorlogsinfrastructuur.
Marinus stierf ver van huis, in een vreemde stad, omgekomen door een systeem waarin mensen werden gereduceerd tot productiemiddel.
Hier, op de Soerenseweg, ligt hij nu weer in Apeldoorn – teruggebracht naar de plek waar hij werd geboren. Zijn graf is stil, zijn verhaal kort – maar achter de datum schuilt een leven dat abrupt en onnodig werd beëindigd.
Als u de route vervolgt, staat u straks stil bij het graf van notaris H.T.T. Walter – die overleed als Indië-gijzelaar in concentratiekamp Buchenwald.

