U staat bij het graf van Marinus Hendrikus van Elst, een jonge man van amper 21 jaar. Geboren op 1 oktober 1921, had hij zijn hele leven nog voor zich. Maar de oorlog maakte daar anders over. Marinus werd gedwongen tewerkgesteld in Duitsland en stierf daar op 8 januari 1943, ver van zijn familie en vrienden.
Marinus woonde in Apeldoorn en was nog bezig zijn plaats in de wereld te vinden toen de oorlog uitbrak. Als jonge volwassene behoorde hij tot de groep mannen die het meest in gevaar waren – oud genoeg om te werken, jong genoeg om de ontberingen nog jaren vol te houden. Zo dachten de Duitsers er tenminste over.
Net als duizenden andere Nederlandse jongeren werd Marinus opgepakt en naar Duitsland gestuurd. Daar moest hij dwangarbeid verrichten onder barre omstandigheden: lange werkdagen, slecht eten, koude barakken, en de constante stress van een onzekere toekomst. Voor een 21-jarige was dit een bijna ondraaglijke situatie.
Na maanden van uitputting en ontbering bezweek Marinus. Hij was nog zo jong – had misschien een meisje thuis, plannen voor na de oorlog, dromen over een eigen gezin of een carrière. Alles werd hem ontnomen door een conflict waar hij geen rol in had gekozen, maar waarin hij wel de prijs betaalde.
Zijn graf op de Soerenseweg brengt Marinus terug naar Nederland, naar zijn geboortestreek. Hier kan hij eindelijk rusten, omringd door landgenoten die hetzelfde lot ondergingen. Zijn naam op de grafsteen staat voor alle jonge levens die de oorlog heeft geëist – niet in de strijd, maar in de stilte van uitputting en wanhoop.

