U staat hier bij het graf van Reinier van Gerrevink, een man uit een invloedrijke Apeldoornse familie van papierfabrikanten. Generaties lang bouwden de Van Gerrevinks aan een eerlijke handelsnaam, aan vakmanschap, aan de toekomst van hun stad. Maar in de oorlog werd juist die naam – en Reinier zelf – het doelwit van brute repressie.
De familie was diep geworteld in Apeldoorn. Al sinds de 17e eeuw waren ze actief in de papierindustrie. Ooit stond de beroemde Verbrande Molen aan de Grift in hun bezit. Reinier trad rond 1925 toe tot het familiebedrijf. Maar meer nog dan zakenman, werd hij een man van overtuiging – iemand die zich inzette voor onderduikers en geallieerde piloten, toen dat levensgevaarlijk was.
Op 2 oktober 1944 werd hij samen met Willem Karreman en zes anderen opgepakt door de Sicherheitsdienst – als represaille voor het helpen van mensen in nood. Zonder enige vorm van rechtspraak werden zij diezelfde dag op het terrein van het toenmalige “Apeldoornsche Bosch” geëxecuteerd. Hun lichamen werden vervolgens op straathoeken in Apeldoorn gelegd – met het bordje “terrorist” op hun borst.
Een poging van de bezetter om angst te zaaien. Maar de stad Apeldoorn zag geen terroristen. Ze zagen vaders, buren, vrienden – mensen die het juiste deden, ook als dat gevaarlijk was.
Reinier wordt samen met de andere slachtoffers herdacht op het monument van ’s Heeren Loo aan de Voorwaarts. Zijn naam leeft voort, niet alleen in steen, maar in het geheugen van de stad – als iemand die zijn positie niet gebruikte om te zwijgen, maar om te helpen.
Met dit graf sluit u de route af. U heeft 23 verhalen gelezen – verhalen van jonge mannen, van vaders, van winkeliers, hulpverleners en soldaten. Elk graf op deze begraafplaats vertelt niet alleen wat er is gestopt, maar ook wat er is blijven leven: moed, liefde, rechtvaardigheid.

