Als u uw weg vervolgt, komt u bij het graf van Gradus Velthoen, een jonge Apeldoorner die diende als korporaal bij het Nederlandse leger. In mei 1940, op het moment dat Duitsland Nederland binnenviel, bevond hij zich in Noord-Brabant – aan het front, in de eerste uren van de oorlog. Zijn leven eindigde op brute, verwarrende wijze.
Gradus maakte deel uit van het 2e bataljon van het 30e Regiment Infanterie (2-II-30 R.I.), dat gestationeerd was langs het kanaal de Zuid-Willemsvaart, tussen Helmond en Nederweert. Zijn compagnie bevond zich bij Sluis XI, een strategische brug tussen Someren en Asten, op de weg naar Heeze en Valkenswaard. De verdediging van deze brug was van groot belang voor het Nederlandse leger en werd versterkt met artillerie, antitankwapens en mortieren.
Op 11 mei 1940 kwam het tot een fel gevecht toen een Duitse verkenningseenheid van het 2e bataljon Infanterieregiment 192 de Nederlandse stellingen bij de sluis aanviel. Rond 15:00 uur wisten de Duitsers door te breken, en werden de Nederlandse troepen tot de aftocht gedwongen. In deze confrontatie sneuvelden twaalf Nederlandse soldaten bij het kanaal, en nog eens vijf in het achtergebied. Aan Duitse zijde vielen drie doden.
Gradus raakte bij dit gevecht ernstig gewond door een borstschot, waarbij ook zijn longen werden geraakt. Hij werd vermoedelijk eerst opgevangen in Huize Bartholomeus in Asten en daarna overgebracht naar het RK Ziekenhuis St. Jozef in Venlo. Daar overleed hij op 15 mei 1940 aan zijn verwondingen. Een dag later werd hij begraven in Venlo, maar op 12 februari 1948 kreeg hij zijn definitieve rustplaats hier op de begraafplaats Soerenseweg – terug in zijn geliefde Apeldoorn.
Wanneer u de route vervolgt, staat u straks stil bij het graf van Dirk Willem Rattink– ook hij sneuvelde tijdens de Duitse inval, samen met zijn kameraden, in een poging Nederland te verdedigen.

