U staat bij het graf van Jan Prijs, een eenvoudige landbouwer. Zijn verhaal is stil, zonder grootse verzetsdaden of heldenmoed op papier – maar juist daardoor raakt het. Jan was een man van de aarde. Iemand die leefde met de seizoenen, het ritme van het platteland. Tot ook hij werd meegezogen in de maalstroom van oorlog.
De gegevens over Jan zijn beperkt. We weten dat hij als landbouwer werkzaam was en dat hij overleed in Doetinchem, in de nadagen van de oorlog. De precieze omstandigheden van zijn dood zijn niet vastgelegd. Geen archief vertelt ons wat hem daar bracht, of waarom hij het niet overleefde.
Misschien was hij opgepakt tijdens een razzia, zoals zovelen. Misschien moest hij onder dwang werken in een andere regio. Misschien was hij op de vlucht of werd hij slachtoffer van het toenemende geweld in die laatste oorlogsmaanden. Wat de aanleiding ook was: Jan Prijs keerde niet terug naar huis.
Zijn graf op de Soerenseweg brengt hem symbolisch terug naar Apeldoorn – de plek waar hij leefde, werkte, geliefden had. Zijn naam staat in steen gebeiteld tussen die van andere Apeldoorners die de oorlog niet overleefden. En ook al is zijn verhaal minder gedetailleerd dan anderen, zijn leven was even waardevol.
Jan Prijs vertegenwoordigt de duizenden Nederlandse burgers van wie de verhalen niet volledig bewaard zijn gebleven, maar wiens levens en sterven wel onderdeel uitmaken van onze geschiedenis. Hun namen staan op grafstenen, in archieven, in de herinnering van families – als stille getuigen van een tijd waarin niemand veilig was.

