U staat hier bij het graf van Jan van den Brink, een gewone man met een gewoon beroep. Hij werkte als expeditieknecht en woonde aan de Fortweg 6 in Apeldoorn. Een man van arbeid, structuur en plichtsbesef – tot de oorlog ook zijn leven abrupt en genadeloos ontwrichtte.
Op 2 december 1944 voerde de Duitse bezetter een grootschalige razzia uit in Apeldoorn. Overal in de stad werden mannen opgepakt: op straat, aan de eettafel, uit hun bed. Ze werden samengebracht op het Marktplein en in scholen, om vervolgens per trein naar Duitsland te worden gedeporteerd.
Jan van den Brink was één van hen. Diezelfde avond nog werd hij op transport gezet, in overvolle wagons, zonder te weten waar hij heen zou gaan. De trein voerde hem richting Duitsland. Maar bij Werth, in de buurt van Bocholt, werd het transport beschoten. De trein kwam onder vuur te liggen – mogelijk door geallieerde vliegtuigen of verzetsacties. Er vielen veel doden en gewonden.
Jan was onder de slachtoffers. Zijn leven eindigde niet in een veldslag of op het front, maar in een trein die hem weghaalde uit zijn stad, zijn werk, zijn leven. Zijn dood is er één van velen – naamloos in een lange lijst, maar niet vergeten.
Hier op de Soerenseweg kreeg Jan van den Brink zijn rustplaats. Zijn graf geeft hem terug aan Apeldoorn. Aan de stad waar hij werkte, leefde, en verdween. Als u hier staat, staat u stil bij een man die nooit de kans kreeg om zich te verzetten – maar die wél de prijs betaalde van oorlog.
Als u de route vervolgt, komt u bij het graf van Dirk van Breenen – een jonge monteur die de verschrikkingen van kamp Rees ternauwernood overleefde, maar uiteindelijk bezweek aan de gevolgen.

