U staat stil bij het graf van Gerrit Mannessen, een man met een bijzondere rol in het verzet. In de oorlog werkte hij onder de schuilnaam Gerrit Olie, binnen de verzetsgroep Narda. Achter die bijnaam ging een scherpe geest schuil – iemand met lef, technische kennis en een groot hart voor de mensen die hij hielp.
Gerrit verleende onderdak aan Joden, onderduikers en neergestorte piloten. Hij smokkelde wapens, regelde droppings op de Veluwe en had een zeldzaam talent voor het maken van sabotagemateriaal. In september 1944 gebruikte hij dat om het vervoer van Duitse troepen naar Arnhem te verstoren, tijdens de hevige strijd om de bruggen bij de Rijn.
Zijn verzetswerk bleef lang goed verborgen. Tot het moment dat twee SS’ers, die door hem gevangen waren genomen, werden vrijgelaten. Eén van hen verraadde hem. Wat volgde was onvermijdelijk: arrestatie, gevangenschap, en uiteindelijk een genadeloze vergelding.
Op 8 maart 1945 werd Gerrit geëxecuteerd bij de Woeste Hoeve – samen met 116 anderen – als wraak voor de aanslag op Rauter, de hoogste SS’er in Nederland. Zijn inzet, zijn vernuft en zijn lef kostten hem het leven.
Als u verder wandelt, komt u uit bij het graf van Evert Veldhuis – een eenvoudige schoenmaker, wiens dood tragisch verweven is met een grootschalige razzia.

