U staat bij het graf van Kasper van Ommen, geboren in Kampen, maar woonachtig aan de Deventerstraat 115 in Apeldoorn. Een rustige man, een boekhouder van beroep, die werkte bij de Bataafse Import Maatschappij. In zijn leven stond orde en nauwkeurigheid centraal – tot het moment waarop de oorlog alles ontregelde.
Op 2 december 1944 vond in Apeldoorn een grote razzia plaats. Het was een koude, beklemmende dag waarop Duitse troepen mannen van straat haalden, uit hun huizen sleepten, en samendreven op het Marktplein. Velen werden naar scholen gebracht om daar te wachten op transport. Het doel: dwangarbeid in Duitsland.
Ook Kasper werd opgepakt. Diezelfde avond nog werd hij, samen met honderden anderen, in een trein gezet richting Duitsland. Bij het plaatsje Werth, in de buurt van Bocholt, werd de trein beschoten. Velen kwamen om of raakten zwaargewond. Onder hen was ook Kasper. Hij overleed kort daarna, ver van huis, op vreemde bodem.
Zijn werkgever plaatste na zijn dood een advertentie op 23 december 1944 waarin stond dat hij was overleden door een “noodlottig ongeval.” Een eufemisme, wellicht – want de werkelijkheid was grimmig. Kasper was slachtoffer van brute willekeur. Een man zonder verzet, zonder wapen, maar met de pech op het verkeerde moment op de verkeerde plaats te zijn.
Als u uw route vervolgt, komt u bij het graf van zakenman Gerrit Karssen – ook hij zette zich in tegen de bezetter, maar de details van zijn verhaal zijn nog in nevelen gehuld.

